Tepeu en Gucumatz
De Maya's zijn een oud indianenvolk. Er leven nu nog steeds afstammelingen van de Maya’s in Zuid-Amerika. Maar het hoogtepunt van hun cultuur was honderden jaren geleden.
Uit die tijd bestaan nog overblijfselen van tempels en steden. En er zijn ook nog veel kunstvoorwerpen bewaard gebleven. Die vertellen ons iets over hun godsdienst én hun scheppingsverhaal.
In het begin …… is er het hemelse heelal. Het is er donker en doodstil, niets beweegt. Er zijn geen mensen, geen planten en geen dieren. Ergens in deze hemelse ruimte liggen de zeeën. Ook daar is geen beweging te bespeuren. Je ziet geen rimpeling in het water. Er zijn geen golven en er is geen eb en vloed.
In het hemelse heelal wonen de goden Tepeu, de Schepper en Gucumatz, de Gevederde Geest. Ze zijn omgeven door hemels licht. Op gegeven moment besluiten Tepeu en Gucumatz de aarde te scheppen. Dat doen ze vanuit hun fantasie. Ze denken bijvoorbeeld ‘Aarde!’ En ja hoor, in een wolk van mist en stof rijst de aarde op uit de zeeën. Op dezelfde manier bedenken ze de bergen, valleien, de bomen, het water en de lucht. Zo ontstaat de wereld. Tepeu en Gucumatz zijn heel trots op hun schepping. Daarom besluiten ze wezens te scheppen die hen kunnen aanbidden. Ze maken tijgers, olifanten, vogels, slangen en vissen en al de andere dieren die vandaag de dag de aarde bevolken. Vervolgens bevelen ze de dieren hen te aanbidden. Maar de dieren kunnen allen blaten, loeien, blaffen, trompetteren, brullen en tsjilpen. Het is een oorverdovend lawaai: de goden geven de dieren snel de opdracht zich stil te houden.
Dan maken de goden een wezen uit natte klei. Maar ook dat is geen succes. Deze eerste mensensoort is waterig en slapjes. Ze vallen bij het minste of geringste uit elkaar. Ze kunnen wel praten. Maar verstand hebben ze niet. Kun je nagaan wat voor onzin ze uitkramen! Ze zijn te dom om de goden te aanbidden.
Dan besluiten Tepeu en Gucumatz een mensensoort uit steviger materiaal te maken. Ze snijden een figuurtje uit hout en brengen het wezen tot leven. Dit wezen kan praten en zich vermenigvuldigen. Maar de ziel van deze mensen is leeg. Ze zijn wreed voor de dieren en –nog erger- onhebbelijk tegen de goden. Dat is niet de bedoeling van Tepeu en Gucumatz.! Snel vernietigen ze dit tweede probeersel met een zondvloed.
Dan brengen de dieren 4 maïskolven naar Tepeu en Gucumatz. Dat blijkt prima materiaal om er mensen van te maken. Deze 4 ‘maïsmannen’ lukken goed. Ze hebben verstand en kunnen zien wat er op de aarde én in de hemel gebeurt. Hun geest is vol gedachten en gevoelens en aanbidden kunnen ze als de beste. Ze zijn eigenlijk te volmaakt, ze lijken wel goden! Dat is nu ook weer niet de bedoeling, want goden houden niet van concurrentie Daarom zorgen Tepeu en Gucumatz dat de maïsmannen minder ver kunnen zien en minder kunnen begrijpen.
Maar om te laten zien dat ze hun schepping toch een goed hart toedragen, maken de goden vier maïsvrouwen. Ook brengen ze het licht op aarde. De vier echtparen krijgen kinderen en daaruit ontstaan de Mayavolken in Zuid- en Midden Amerika. Ze blijven de goden aanbidden en dank zeggen voor het leven.
|
|