Werkwijze
Stap 1 De juf of meester maakt strookjes met de titel van de verhalen en doet de strookjes in een doos. Jullie verdelen de klas in zes groepjes.
Stap 2 Elk groepje trekt een strookje met een naam. Je weet nu welk scheppingsverhaal je gaat onderzoeken.
Stap 3 Elk groepje luistert naar het door hen getrokken verhaal. Houdt pen en papier klaar! - Welke rol speelt een god (of goden) in het verhaal? Zijn zij het belangrijkst? - Welke rol speelt een dier (of dieren ) in het verhaal? Zijn zij het belangrijkst? - Wie of wat wordt in het scheppingsverhaal het eerst geschapen: de aarde, de planten, de dieren of de mensen? Vind je het een goede volgorde? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Belangrijk: - Onder aan de verhalen vind je internetlinks. Vergeet die niet! Spreek af wie in je groepje die sites bekijkt. - Kies iemand in je groepje die het verhaal later in de klas gaat navertellen. Dit is de Verteller of Vertelster.
Stap 4 Maak een document in ‘Word’ met een korte beschrijving van het scheppingsverhaal. Gebruik ook je aantekeningen. Zo krijg je een onderzoeksverslag. Maak het niet te lang, één A-viertje is genoeg.
Zoek op Google of een andere zoekmachine naar afbeeldingen die je in je verslag kunt gebruiken. De Verteller/Vertelster kan het verslag ook als geheugensteuntje gebruiken.
Stap 5 Nu komt de klas weer bij elkaar. Elk groepje heeft een verteller/ster gekozen. Die vertelt het verhaal aan de klas. Je mag hem/haar natuurlijk helpen.
Stap 6 Jullie hebben nu zelf een verhaal onderzocht en je hebt vijf andere verhalen gehoord. Jullie gaan nu weer in groepjes jullie eigen scheppingsverhaal bedenken én presenteren.
SUCCES!
Als je een woord tegenkomt dat je niet snapt, zoek het op in een woordenboek of vraag de meester of juf om uitleg. Als je vastloopt, vraag je de meester of de juf om je te helpen
Jullie kunnen de onderzoeksverslagen van de groepjes bundelen. Doe een ringband er omheen. En zie, je hebt een mooi boekje over scheppingsverhalen voor in de schoolbibliotheek.
|
|